20 jaar later
In juni 2009 vierde Polen zijn twintigste verjaardag van de val van het communisme.Ter gelegenheid daarvan werden er in het hele land tentoonstellingen georganiseerd. Ze boden een overzicht van 20 jaar vrijheid en boden gelijktijdig een inzicht in de Poolse sociale en morele situatie van het begin van de 21ste eeuw. In Wroclaw werd een tentoonstelling gehouden getiteld ‘All around 1989 – 2009’ , in het Instituut voor de Kunst in Gdansk, Wyspa, was de tentoonstelling ’20 lusten van vrijheid’ en Galerie Olympia in Krakau organiseerde ‘(r)evolutie’.
Het proces van verandering dat in 1989 begon gaf kunstenaars hoop bevrijd te zijn van de politieke censuur. De enige limiet voor een kunstenaar was zijn verbeelding. Nieuwe instituties waren er om de vrijheid van meningsuiting te verdedigen en discussies uit te lokken over belangrijke onderwerpen en dingen die moeilijk lagen. De nieuwe politieke situatie in die stormachtige periode van politieke veranderingen, inspireerden kunstenaars die waren opgegroeid ten tijde van ‘buitengewone omstandigheden’. Ze wilden dingen bekritiseren die ze negatief of zelfs schadelijk vonden voor de Poolse maatschappij. Ze begonnen een compromisloos gevecht om het terrein van de kunstzinnige activiteiten te vergroten, het idee van een democratische samenleving uit te proberen en de uitdaging van een andere samenleving aan te gaan.
De kunst van de jaren negentig hield zich bezig met humane zaken, religie, sociale stereotypen, sex en dood, samengevat onder de noemer ‘Critical Art’.
‘Critical Art’ werd niet begrepen. Wat in de jaren zestig al gewoon was in landen die niet werden gehinderd door het communisme (body art, object art, feministisc art) ondervond in Polen nog grote weerstand en werd niet begrepen. De Rooms Katholieke Kerk en andere nieuwe verdedigers van de vrijheid van meningsuiting werden de nieuwe censors, het was het begin van de Kunst Inquisitie.
Kunstenaars betrokken bij ‘Critical Art’ zijn nog steeds aan het werk en zij zijn de iconen van de hedendaagse Poolse kunst geworden, hoewel hun werk niet meer de bravour en het choquerende effect heeft van toen.
Toch moet men bij Poolse kunst van de jaren negentig niet alleen aan ‘Critical Art’ denken. Niet alle kunstenaars pasten in het vakje waarin kunstcritici en historici ze wilden stoppen. Sinds de jaren tachtig realiseerde bijvoorbeeld Lódz Kaliska voortdurend uitdagende projecten voorbijgaand aan politieke correctheid (bijvoorbeeld door de spot te drijven, het belachelijk maken en het ontmythologiseren van de mythe van een Pools, Rooms Katholieke patriot).
De periode van ‘Critical Art’ werd gevolgd door een periode van ‘Alledaagse Pop’. De term wordt gebruikt om de kunst van jongeren, die het absurdistische Poolse dagelijkse leven in een nieuwe taal vatten. Het was de taal van een ogenschijnlijk afzijdigheid, anders dan schandaleus en kritisch.
De beelden die de nieuwe generatie kunstenaars scheppen staan dichter bij het alledaagse leven en erg dicht bij de hedendaagse clichés en kitsch